29 oktober 2026

Onder €38 per uur geldt een arbeidsovereenkomst, tenzij je het tegendeel bewijst

Werkt iemand voor een opdrachtgever voor minder dan €38 per uur, dan wordt vermoed dat er een arbeidsovereenkomst is. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat dat niet zo is. Dat regelt de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief, die de Eerste Kamer op 16 juni aannam (Stb. 2026, 158).

Hoe het werkt

De zzp'er zegt dat het vermoeden geldt. Daarna moet de opdrachtgever het tegendeel bewijzen. Het gaat om burgerlijk recht: UWV, Belastingdienst en Arbeidsinspectie gebruiken het vermoeden niet en beoordelen de samenwerking zoals ze dat al deden.

Er is geen overgangsperiode. Het vermoeden geldt voor elke opdracht die loopt op de dag dat de wet ingaat, niet alleen voor nieuwe. Volgens het Samenwerkingsverband Registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten (SRA) is dat 31 december 2026. De grens van €38 beweegt mee met de cao-lonen.

Wat er niet in zit

Het wetsvoorstel ging oorspronkelijk ook over gezag en ondernemerschap: wie de baas is over het werk, en of iemand echt een eigen bedrijf heeft. Dat deel is eruit gehaald. Het kabinet wil dat regelen in een aparte Zelfstandigenwet. Voor opdrachten boven de €38 verandert er met deze wet dus niets.

Wat je kunt doen

  • Zet alle lopende opdrachten met een uurtarief onder de €38 op een rij. Ook langlopende opdrachten vallen eronder.
  • Bepaal per opdracht of je bewijs hebt dat het geen dienstverband is, of dat je de persoon beter in dienst kunt nemen.
  • Vraag bij twijfel advies van een jurist of je accountant. Dit artikel is geen juridisch advies.

Bronnen: Eerste Kamer, wetsvoorstel 36783; SRA, vanaf 31 december 2026 arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder €38, 20 juli 2026.

Pearson & Partners lokaliseert en kwalificeert kandidaten voor vaste functies, ook waar eerder een zzp'er zat.