Nederland heeft een lange lijst tekortberoepen en vrijwel geen beroepen met een overschot. Er is in eigen land nauwelijks iemand die van een overvol beroep naar een schaars beroep kan overstappen. Onze conclusie: Nederlandse werkgevers hebben een aanbodprobleem, geen verdelingsprobleem, en voor een deel van de beroepen laten de officiële lijsten van andere Europese landen zien waar dat aanbod zit. Voor de zorg niet, want de zorg is overal schaars.
De Europese kaart
De Europese Arbeidsautoriteit bundelt elk jaar de tekort- en overschotberoepen die nationale arbeidsbemiddelaars via het EURES-netwerk melden. De editie van 2025, verschenen in juni 2026, toont tekorten in vrijwel elke beroepsgroep, ergens in Europa. Ze concentreren zich bij specialisten, vakmensen en machinebedieners, en wegen het zwaarst en het langst in de zorg.
Het rapport laat ook zien dat een groot deel van de Europese werkgelegenheid zit in beroepen die duidelijk uit balans zijn, met wijdverbreide tekorten of wijdverbreide overschotten. Dat is de structurele toestand van de markt, geen voorbijgaande episode.
Veel tekorten, vrijwel geen overschot
Nederland hoort bij de landen met de langste tekortenlijst van Europa. De overschotlijst is een van de kortste. Het rapport voegt eraan toe dat Nederland, van de grote melders van tekorten, hoge vacaturegraden combineert met lage werkloosheid.
Dat scherpt de diagnose aan. Landen als Oostenrijk en Finland melden lange overschotlijsten en kunnen mensen dus binnenlands tussen beroepen verschuiven. Nederland heeft weinig te verschuiven. Werven is de route, niet herverdelen.
De scheefheid als aanwijzing
Veel beroepen staan in het ene land op de tekortenlijst en in het andere op de overschotlijst. Het rapport noemt dat onbenut potentieel voor werving over de grens. Voor een Nederlandse werkgever is dat praktisch: bij een schaarse functie hier kan een officiële overschotlijst elders het land aanwijzen waar gekwalificeerde mensen moeilijk aan werk komen. Dat bewijs komt van nationale overheden, niet van een leverancier met belang.
De zorg is de uitzondering. Artsen, verpleegkundigen en verzorgenden staan op vrijwel elke tekortenlijst. Wie voor de zorg werft, concurreert op Europese schaal.
Wat dit niet laat zien
De lijsten zijn nationale meldingen met eigen methoden en drempels. Een land dat grondig meldt, noemt meer beroepen dan een land dat zuinig meldt; de lengte van een lijst zegt dus iets over aanwezigheid, niet over diepte. Een beroep op de lijst is geen aantal mensen: hoeveel werknemers er ontbreken, meet het rapport niet. En werving over de grens loopt aan tegen taal, erkenning van diploma's en huisvesting. De kaart toont waar het aanbod zit, niet hoe makkelijk het beweegt. Onze lezing verandert als de Nederlandse overschotlijst groeit, want dan wordt omscholen in eigen land een echt alternatief.
Wat je kunt doen
- Kijk of je moeilijke functies op de Nederlandse tekortenlijst staan. Dat is een verdedigbaar argument voor budget en tijd in je eigen organisatie.
- Raadpleeg de EURES-overschotlijsten van andere landen voor hetzelfde beroep voordat je in het buitenland werft.
- Reserveer budget voor taalondersteuning, diplomaerkenning en huisvesting. Zonder die voorzieningen houdt een buitenlandse medewerker het zelden lang vol.
- Investeer voor zorgfuncties in behoud en in het opleiden van je eigen mensen. De rest van Europa komt ook tekort.