Een Nederlandse vijftienjarige kan in 2025 verwachten 44,0 jaar te werken. Dat is het langste van de Europese Unie. Zweden volgt met 43,4 jaar, Denemarken met 42,6, het EU-gemiddelde is 37,5. Dat staat in onderzoek van IPMERC op basis van cijfers van Eurostat.
Er kwamen 8,5 jaar bij
In 2000 stond Nederland nog op 35,5 jaar, in de Europese middenmoot. In 2015 was het 39,9, nu 44,0. In een kwart eeuw kwam er 8,5 jaar arbeidsleven bij. Meer vrouwen gingen werken, de pensioenleeftijd schoof op met de levensverwachting en vervroegd met pensioen gaan werd een uitzondering.
De rek is eruit
Dat langere arbeidsleven heeft de vergrijzing 25 jaar lang afgezwakt. Mensen gingen telkens later met pensioen, dus hoefde hun plek later vervangen te worden. Maar wie al op 44 jaar zit, haalt er niet nog eens 8,5 jaar bij. Voor wie nu met pensioen gaat, moeten nieuwe mensen komen. 19,9% van de Nederlandse werkenden is 55 tot 64 jaar.
Veel deeltijd
Een kanttekening: Nederland combineert het langste arbeidsleven van de EU met veel deeltijd. In gewerkte uren per leven is de voorsprong kleiner dan in jaren. Wie meer werk gedaan wil krijgen, vindt de meeste ruimte in extra uren.
Wat je kunt doen
- Neem een kandidaat van 55 serieus. In een markt waar het arbeidsleven 44 jaar duurt, heeft die kandidaat nog ruim tien jaar tot de AOW-leeftijd.
- Kijk in je eigen team wie de komende vijf jaar met pensioen gaat, en begin nu met werven voor die plekken.
- Vraag deeltijders of ze meer uren willen werken. Daar zit meer ruimte dan in langer doorwerken.
Bronnen: IPMERC, Vierenveertig jaar werken (augustus 2026); Eurostat, verwachte duur van het arbeidsleven (lfsi_dwl_a).
Pearson & Partners lokaliseert en kwalificeert ervaren kandidaten, ook voor wie ervaring belangrijker is dan leeftijd.