18 oktober 2026

De vacatures tot 2035 komen uit vertrek

Het meeste werk waarvoor Nederlandse werkgevers tot 2035 werven, bestaat al. De Europese prognose voor Nederland verwacht dat de grote meerderheid van de vacatures ontstaat doordat mensen hun beroep verlaten, niet door nieuwe banen. En de meeste vacatures vragen een hoog opleidingsniveau, een groter aandeel dan in de EU als geheel. Werving is de komende jaren dus structureel werk, en de strijd om hoogopgeleiden is het speelveld, geen fase die overwaait.

Vacatures ontstaan door vertrek

Cedefop, het Europese centrum voor beroepsonderwijs, rekent de vraag naar arbeid door per land, sector, beroep en opleidingsniveau. De editie van 2025 voor Nederland verwacht dat de werkgelegenheid tot 2035 maar licht groeit, zelfs trager dan gemiddeld in de EU. Vacatures komen dus nauwelijks uit uitbreiding. De meeste ontstaan door pensionering en door mensen die ander werk gaan doen.

Bij technici en vakspecialisten is vrijwel elke verwachte vacature vervanging. Voor die groep is werving tot 2035 bijna volledig een kwestie van plekken opvullen die vertrekkers achterlaten. De demografie erachter is scherper dan elders in Europa: de oudste leeftijdsgroepen in de Nederlandse beroepsbevolking groeien sneller dan gemiddeld in de EU. De vergrijzing van de werkvloer zwelt hier nog aan.

Waar de vacatures vallen

Specialisten met een hogere opleiding vormen verreweg het grootste blok vacatures. Krimpende en stabiele beroepen blijven ook vacatures opleveren: administratief en elementair werk is nog goed voor een merkbaar deel van alle vacatures, bijna helemaal door vervanging. Per sector groeit de zakelijke dienstverlening het snelst, gevolgd door de bouw. De zorg groeit gestaag mee met de vergrijzing. De detailhandel, een grote werkgever, krimpt.

De lat gaat omhoog

De meeste Nederlandse vacatures tot 2035 vragen een hoog opleidingsniveau, ruim boven het Europese gemiddelde. Cedefop verwacht dat het aanbod meegroeit: het aandeel hoogopgeleiden in de beroepsbevolking stijgt, het aandeel middelbaar opgeleiden daalt en het aandeel laagopgeleiden krimpt sterk. Dat verschuift de krapte, maar lost die niet op. De vraag naar hoogopgeleiden blijft het aanbod voor, dus de spanning blijft aan de top, precies waar de huidige knelpuntlijsten al staan.

Wat dit niet laat zien

Dit zijn modeluitkomsten onder aannames over groei, demografie en beleid, geen metingen. Cedefop publiceerde in 2026 een nieuwe ronde met een diepere vervangingsanalyse. Die wijst dezelfde kant op, maar de details kunnen verschillen. De prognose spreekt over opleidingsniveaus, niet over vakgebieden: ze zegt dat de meeste vacatures een hoog niveau vragen, niet in welk vak. De Nederlandse ROA-prognose werkt met een eigen methode en komt niet altijd op hetzelfde uit. Een sterke stijging van de productiviteit, of veel meer arbeidsmigratie van hoogopgeleiden, zou de balans veranderen waarop deze lezing rust.

Wat je kunt doen

  • Plan werving als vaste taak. Vraag die uit vertrek komt, beweegt niet mee met de economie, dus wachten op een rustiger markt helpt niet.
  • Breng in kaart welke functies in je organisatie voor 2035 van bezetting wisselen. Bij technische functies en vakspecialisten is bijna elke vacature vervanging.
  • Schrijf krimpende functiefamilies niet af. Administratieve en ondersteunende functies blijven nieuwe mensen nodig hebben zolang de huidige vertrekken.
  • Bereid je voor op blijvende concurrentie om hoogopgeleiden. Maak je proces korter, je aanbod scherper en houd een lijst bij van mensen die je al hebt gesproken.