18 oktober 2026

De hele rijke wereld is krap

Nederlandse werkgevers die hopen dat buitenlandse werknemers de krapte oplossen, rekenen op een overschot dat er niet is. Volgens de OESO is de arbeidsmarkt in de hele rijke wereld bijna zo krap als ooit gemeten, en Nederland zit binnen die groep aan de krappe kant. Onze conclusie: internationale werving blijft nuttig voor specifieke functies, maar is geen structurele oplossing. Die ligt dichter bij huis, per regio.

Overal tegelijk krap

De OECD Employment Outlook 2026, verschenen in juli, beschrijft een arbeidsmarkt op historische uitersten. De werkloosheid in de lidstaten staat dicht bij het laagste punt sinds het begin van de meting. Werkgelegenheid en arbeidsdeelname bereikten begin 2026 een record. Eurostat zet de Nederlandse werkloosheid ruim onder het OESO-gemiddelde en onder het Europese.

Dat ondergraaft een bekende reflex. Raakt de markt leeg, dan kijken werkgevers naar de buurlanden, de rest van Europa of verder weg. Die reflex gaat uit van een voorraad werklozen ergens anders. De OESO geeft daar weinig steun voor. De landen waar Nederlandse werkgevers werven, kampen met dezelfde krapte, en hun eigen werkgevers houden dezelfde mensen vast.

Afkoeling zonder ontspanning

De doorlichting signaleert ook een kentering. De groei van de werkgelegenheid vlakt af en de werkloosheid kruipt licht omhoog. Toch blijven de structurele tekorten staan. De vraag koelt af, de demografie niet. Nederland laat dat patroon al een tijd zien; de OESO beschrijft het nu als het algemene beeld in de rijke wereld.

Voor personeelsplanning is dat de kern. Een tragere economie is geen reden om makkelijker werven te verwachten. Wie met pensioen gaat, vertrekt toch, en er komen minder jonge mensen bij om die plek in te nemen.

Lonen en regio's

De doorlichting bevat nog meer bevindingen die een Nederlandse lezer verdienen. Ten eerste de lonen: in een flinke groep OESO-landen liggen de reële lonen nog onder het niveau van voor de inflatiegolf. Krapte en koopkrachtverlies bestaan naast elkaar. Dat verklaart waarom de loondruk zo hardnekkig aanvoelt terwijl de loongroei al daalt: wie nog niet is bijgetrokken, blijft duwen.

Ten tweede het thema van deze editie. De verschillen tussen regio's binnen een land zijn groter dan de verschillen tussen landen. Een landelijk werkloosheidscijfer verbergt lokale markten die nauwelijks op elkaar lijken. Een functie die in de ene provincie snel vol is, staat in de andere maanden open.

Wat dit niet laat zien

Het OESO-gemiddelde middelt zeer verschillende economieën, en de doorlichting wijst zelf op de spreiding eronder. Een record op het gemiddelde sluit landen of sectoren met echte ruimte niet uit. De cijfers van de OESO en Eurostat komen bovendien uit verschillende maanden, dus een exacte rangorde zou meer beweren dan de data dragen. Over afzonderlijke beroepen zegt de doorlichting niets: voor een nichespecialisme kan over de grens nog wel aanbod bestaan.

Onze lezing verandert als de werkloosheid in de buurlanden fors oploopt terwijl de Nederlandse tekorten blijven. Dan ontstaat over de grens een echt overschot.

Wat je kunt doen

  • Zet internationale werving in voor specifieke, moeilijke functies en behandel het niet als plan voor je hele personeelsbestand.
  • Plan per regio. Kijk waar je huidige medewerkers en sollicitanten wonen voordat je de standplaats en de thuiswerkafspraken van een vacature vastlegt.
  • Wacht niet tot een afkoelende economie het werven makkelijker maakt. Begin nu met de vervanging van wie de komende jaren met pensioen gaat.
  • Reken erop dat salarisgesprekken stevig blijven zolang kandidaten het koopkrachtverlies nog voelen, en bereid je aanbod daarop voor.