Van de Nederlandse werknemers zegt 78,8% in 2025 makkelijk een baan bij een andere werkgever te kunnen vinden. In 2014 was dat 53,2%; onder de 45 ligt het nu boven de 84%. Omgerekend zijn dat ruim zes miljoen mensen. Tegelijk wisselt per kwartaal maar 4,0% werkelijk van werkgever, en van de vaste krachten 2,2%. Tussen kunnen en doen zit een stille meerderheid die haar waarde kent, tevreden is met het werk (78,6%) en nergens solliciteert. Onze conclusie: deze groep staat niet op vacaturesites en reageert niet op een advertentie. Ze beweegt pas bij een concreet, beter aanbod dat naar haar toe komt.
De Nederlandse werknemer heeft de krapte allang begrepen. In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) zegt 78,8% van de werknemers in 2025 makkelijk een baan bij een andere werkgever te kunnen vinden. In 2014 was dat nog 53,2%. Het zelfvertrouwen van de werkende steeg in tien jaar met 25 procentpunt en bleef ook na de piek van 2022 vrijwel op recordhoogte.
Wie werft, leest dat cijfer meestal als bedreiging: iedereen kan immers weg. Deze analyse leest het andersom, als kaart van de markt die niet solliciteert. De cijfers komen van het CBS en TNO; de conclusies zijn van ons.
Het zelfvertrouwen is structureel
De stijging is geen conjunctuurgolfje. Het aandeel werknemers dat zegt makkelijk elders aan de slag te kunnen, klom van 53,2% in 2014 vrijwel onafgebroken naar 70,9% in 2019, piekte op 80,6% in 2022 en staat in 2025 op 78,8%. De arbeidsmarkt koelde na 2022 af; het zelfvertrouwen van wie al werk heeft, zakte amper mee.
| Jaar | Kan makkelijk elders aan de slag |
|---|---|
| 2014 | 53,2% |
| 2017 | 64,5% |
| 2019 | 70,9% |
| 2022 | 80,6% |
| 2025 | 78,8% |
Omgerekend op de ruim acht miljoen werknemers die Nederland telt, zijn dat meer dan zes miljoen mensen die hun eigen marktwaarde kennen. En ze zijn niet ongelukkig: 78,6% is tevreden met het werk. Zelfverzekerd en tevreden tegelijk, dat is de uitgangspositie van de gemiddelde Nederlandse werknemer in 2025.
Onder de 45 weet vrijwel iedereen het
De zekerheid is het grootst waar werkgevers het hardst zoeken. Van de werknemers van 25 tot 35 jaar zegt 86,0% makkelijk elders terecht te kunnen, van de 35 tot 45-jarigen 84,8%. Zelfs tussen 45 en 55 ligt het aandeel op 80,9%. Pas daarboven zakt het: 63,0% bij 55 tot 65 jaar.
| Leeftijd | Kan makkelijk elders aan de slag |
|---|---|
| 15 tot 25 jaar | 85,4% |
| 25 tot 35 jaar | 86,0% |
| 35 tot 45 jaar | 84,8% |
| 45 tot 55 jaar | 80,9% |
| 55 tot 65 jaar | 63,0% |
Maar bijna niemand gaat
Tegenover al dat zelfvertrouwen staat de werkelijke beweging, en die is klein. In het tweede kwartaal van 2026 wisselde 4,0% van de werknemers van werkgever, één op de 25. Van de werknemers met een vast contract wisselde 2,2%. Wie een vast contract opgeeft, krijgt bovendien zelden direct weer vast: 28.000 van de 123.000 vertrekkende vaste krachten.
Vier op de vijf weten dat ze weg kunnen; één op de 25 doet het. Dat gat is geen onwetendheid en geen ontevredenheid. Het is een drempel: een overstap kost meestal het vaste contract, en niemand brengt deze mensen een reden om die prijs te betalen. Ze zoeken niet, want ze hoeven niet.
Wat de cijfers niet laten zien
De NEA is een steekproef onder werknemers van 15 tot 75 jaar; de cijfers hier zijn puntwaarden, de foutmarges staan in dezelfde tabel. Vanaf verslagjaar 2022 is de opzet van het onderzoek op punten gewijzigd, waardoor cijfers vanaf 2022 niet altijd precies vergelijkbaar zijn met eerdere jaren. De beweging in deze analyse, van ruim 50% naar bijna 80%, is veel groter dan die breuk.
Belangrijker: de stelling meet ervaren gemak, geen wens. Wie zegt makkelijk weg te kunnen, wil nog niet weg. Uit deze cijfers volgt bereikbaarheid, geen vertrekintentie, en zo gebruiken wij ze ook. De wisselcijfers tellen alleen werknemers; zelfstandigen vallen buiten beide tabellen.
Onze conclusie
De grootste kandidatenmarkt van Nederland solliciteert niet. Ruim zes miljoen werknemers weten dat ze elders terecht kunnen, zijn tevreden waar ze zitten en hebben dus geen enkele reden om vacaturesites af te struinen. Wie alleen werft onder actieve sollicitanten, ziet deze hele groep nooit.
Deze mensen hoeven niet overtuigd te worden dat een overstap kan; dat weten ze al. Ze moeten een reden krijgen. Dat vraagt om een aanbod dat naar hen toe komt en direct concreet is: welke rol, welke inhoud, welk salaris, en zekerheid vanaf de eerste dag, want juist het vaste contract is de drempel die het zelfvertrouwen niet wegneemt.
- Reken vacaturekanalen alleen af op de actieve markt; de stille meerderheid bereik je er niet mee.
- Benader gericht: onder de 45 zegt ruim 84% makkelijk te kunnen overstappen, de bereikbare groep is groot.
- Maak het eerste contact concreet; wie zijn waarde kent, haakt af bij een vage pitch.
- Neem de drempel weg die zelfvertrouwen niet oplost: bied vast vanaf dag één.
Methode
Het zelfvertrouwen komt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van CBS en TNO, via CBS StatLine tabel 83054NED: het aandeel werknemers dat het eens is met de stelling makkelijk een nieuwe baan bij een andere werkgever te kunnen vinden, jaarcijfers 2014 tot en met 2025, mannen en vrouwen samen, puntwaarden. Opgevraagd op 1 september 2026 en op 28 september 2026 opnieuw gecontroleerd.
De wisselcijfers komen uit CBS StatLine tabel 85390NED, tweede kwartaal 2026: 320.000 wisselaars op 8.032.000 werknemers (4,0%), 123.000 wisselaars uit een vast contract op 5.518.000 vaste krachten (2,2%), en 28.000 die direct weer vast kregen. De omrekening naar ruim zes miljoen zelfverzekerde werknemers is van ons: 78,8% van 8.032.000. De vergelijking tussen kunnen en doen is de interpretatie van Pearson & Partners, niet van het CBS of TNO. Beide tabellen vallen onder CC BY 4.0.