18 oktober 2026

Vertrek bepaalt welke beroepen krap blijven

Welke beroepen tot 2030 moeilijk vervulbaar blijven, hangt minder af van banengroei dan van vertrek. Waar elk jaar veel mensen vertrekken, blijft de markt krap, ook als het beroep krimpt. Waar weinig mensen vertrekken, ontspant de markt, ook als het beroep groeit. Voor een werkgever verandert dat de eerste vraag bij een krappe functie. Die vraag is hoe snel de mensen gaan, niet hoe snel het beroep groeit.

Prognose en meting naast elkaar

Eind 2025 publiceerde het ROA de prognose van de arbeidsmarkt naar beroep tot 2030, en UWV legde die naast de eigen Spanningsindicator. Voor het eerst zijn de huidige krapte en het verwachte verloop per beroepsgroep samen te lezen. Het vertrekpunt is eenzijdig: eind 2024 zat vrijwel elke beroepsgroep met een score aan de krappe of zeer krappe kant. Slechts een handvol was gemiddeld of ruim.

Vertrek maakt het verschil

Binnen dat beeld scheidt de vervangingsvraag de groepen die krap blijven van de groepen die ontspannen. Slagers zijn het duidelijkste geval. Het vak groeit nauwelijks, maar heeft de hoogste vervangingsvraag van alle beroepsgroepen en blijft krap tot 2030. Bus- en trambestuurders volgen kort daarop. Aan de andere kant staan adviseurs marketing, public relations en sales: weinig van hen vertrekken per jaar, en hun markt ontspant licht, ondanks de vraag naar commercieel personeel.

Het sterkste bewijs komt van beroepen die krimpen en toch krap blijven. Vertegenwoordigers en inkopers verliezen banen in de prognoseperiode, maar hun markt schuift alleen van zeer krap naar iets minder krap. Hoveniers en tuinders krimpen ook en worden toch krapper, omdat er velen vervangen moeten worden. Leraren basisonderwijs hebben een grote vervangingsvraag en blijven krap. ICT-managers groeien snel, maar er vertrekken er zo weinig dat hun markt per saldo ontspant.

Waar prognose en meting botsen

In technische beroepen vertellen de instrumenten een ander verhaal. De meeste technische groepen waren eind 2024 zeer krap. De prognose verwacht dat de meeste verder verkrappen of gelijk blijven, en dat een kleine groep ontspant, lassers en plaatwerkers het meest. UWV schrijft dat die ontspanning in de metingen tot het najaar van 2025 nog niet zichtbaar was.

In ICT gebeurde het omgekeerde. Alle ICT-groepen met een score, ook softwareontwikkelaars, de grootste beroepsgroep van het land, waren eind 2024 zeer krap en ontspannen volgens de prognose licht, vooral omdat weinig mensen vertrekken. Voor ICT-gebruikersondersteuning is die ontspanning al gemeten.

Krapte heeft ook een postcode. Ingenieurs zijn in bijna elke provincie zeer krap. Voor artsen, therapeuten en gespecialiseerd verpleegkundigen verwacht het ROA alleen in Groningen, Utrecht en Gelderland verlichting.

Wat dit niet laat zien

De projecties tot 2030 zijn verwachtingen, geen metingen. De Spanningsindicator deelt vacatures door mensen die kort een WW-uitkering hebben, een smalle maat voor aanbod. Voor een aantal beroepen, zoals caissières, waar veel scholieren en studenten werken, berekent UWV helemaal geen representatieve score. Provinciale cijfers middelen een heel jaar, landelijke een enkel kwartaal, dus die zijn niet direct vergelijkbaar. Duikt de voorspelde ontspanning in technische beroepen in 2026 op in de metingen, dan verbetert het beeld voor die functies.

Wat je kunt doen

  • Kijk bij een moeilijk vervulbare functie eerst naar de vervangingsvraag, pas daarna naar de groei. Een hoge uitstroom houdt een functie krap, met of zonder groei.
  • Lees een krimpend beroep niet als een makkelijk beroep. Commerciële functies zoals vertegenwoordiger en inkoper blijven krap terwijl ze krimpen.
  • Plan technische werving op de krapte van nu, niet op de voorspelde ontspanning. Die staat nog niet in de cijfers. Zie techniek.
  • Verwacht in advieswerk voor marketing, public relations en sales iets meer ruimte. Gebruik die om strenger te selecteren, niet om het proces in te korten.