18 oktober 2026

De vergrijzing kwam, de uitkeringsgolf bleef uit

Door de vergrijzing zouden steeds minder werkenden steeds meer gepensioneerden moeten dragen. De gepensioneerden kwamen, die druk bleef uit. De verklaring is een groep die veel werkgevers nog wegfilteren: zestigers, die nu veel vaker werken dan in 2010. Voor wie werft is dat de conclusie die telt. De snelst groeiende bron van arbeid in Nederland is ouder, en die staat al op de markt.

Een raadsel met een eenvoudig antwoord

Elke november telt het CBS hoeveel inwoners vooral van een pensioen of een uitkering leven tegenover elke inwoner die vooral van werk leeft. Die verhouding piekte in 2014, ligt sindsdien lager en beweegt de laatste jaren nauwelijks. In dezelfde periode bleef het aantal gepensioneerden stijgen, in aantallen en als aandeel van de bevolking.

Beide kloppen, omdat het aantal werkenden harder groeide dan het aantal gepensioneerden. Een groot deel van die groei kwam van ouderen. De arbeidsdeelname van mensen in het begin van de zestig steeg na 2010 sterk, en een groeiende minderheid blijft werken na de AOW-leeftijd. Het CBS meet nu het grootste aandeel inwoners dat vooral van betaald werk leeft van deze eeuw.

Waarom zestigers bleven

Beleid deed het meeste werk. De AOW-leeftijd stijgt sinds 2013 in stappen en gaat in 2028 opnieuw omhoog. Regelingen voor vervroegd pensioen verloren hun fiscale steun, en de generatie die er nog rechten aan ontleende is inmiddels de AOW-leeftijd gepasseerd. Wie in 2010 zestiger werd, kon veel eerder stoppen dan wie dat nu wordt.

Nederland loopt hierin voorop in Europa. Volgens Eurostat steeg de arbeidsdeelname van ouderen hier sneller dan in vrijwel elke andere lidstaat, van een middenpositie naar ruim boven het EU-gemiddelde. Na de AOW-leeftijd werken alleen Noren, Denen en Zweden vaker dan Nederlanders. De verwachte duur van het werkzame leven is nu de langste van de vergeleken buurlanden.

Het plan dat op nog meer rekende

Het coalitieakkoord van januari 2026 rekende op nog meer arbeid van ouderen, vooral door de AOW-leeftijd volledig aan de levensverwachting te koppelen. Het kabinet liet dat plan in mei 2026 vallen. Wat overblijft is een strengere toegangseis voor de WW. Volgens UWV raakt die vooral mensen met een tijdelijk contract, een uitzendcontract of een oproepcontract, die minder verdienen en gemiddeld veel jonger zijn. De maatregel voor de vergrijzing is weg; wat blijft, treft flexwerkers.

Wat dit niet laat zien

De verhouding telt mensen, geen kosten. Meer gepensioneerden kosten meer, wat de verhouding ook doet. Ook stijgt de uitkeringskant sinds 2022 weer, omdat het aantal WW-uitkeringen groeide. Een stabiel totaal verbergt dus een dalend pensioenaandeel en een stijgend uitkeringsaandeel. Het CBS deelt inwoners in naar hun belangrijkste inkomen: wie na de AOW-leeftijd meer uit werk haalt dan uit pensioen, telt als werkende. De enquête achter de deelnamecijfers kreeg in 2021 een nieuwe opzet, en het laatste jaar is voorlopig. Blijft de instroom in de uitkeringen stijgen, dan verzwakt de lezing dat de vergrijzing is opgevangen.

Wat je kunt doen

  • Controleer je selectie. Een filter op leeftijd, of op het aantal jaren tot het pensioen, haalt precies de groep weg die het hardst groeide.
  • Plan loopbanen op de echte horizon. Wie nu begin zestig is, heeft meer werkjaren voor zich dan de oude pensioenleeftijd doet vermoeden. Voer het loopbaangesprek op die basis.
  • Komt de strengere WW-toets er, reken er dan op dat flexwerkers een vast contract zwaarder wegen. Maak de zekerheid in je aanbod expliciet.
  • Wie de arbeidsmarkt van 2027 wil lezen, volgt de instroom in WW en arbeidsongeschiktheid, niet de vergrijzingscurve.