De inhaalslag in de Nederlandse cao-lonen ligt achter ons. De groei piekte in 2024 en zakt sindsdien, en het eurogebied koelt op dezelfde manier af. Voor werkgevers verandert dat wat een kandidaat over de streep trekt. Het inflatieargument dat salaris het makkelijkste deel van elke onderhandeling maakte, is op. Het verschil zit nu meer in uren, zekerheid en arbeidsvoorwaarden dan in de hoogte van de structurele verhoging.
Over de top
Tijdens de inhaaljaren schreef de loonparagraaf zichzelf. De inflatie leverde het argument, de krappe arbeidsmarkt de druk. De CBS-reeks van de cao-lonen laat het resultaat zien: een scherpe stijging in 2023, een piek in 2024 en een duidelijke daling door 2025 heen tot in 2026. Het huidige tempo nadert het niveau van voor de inflatieschok, maar ligt er nog boven.
Europa koelt mee
De Europese Centrale Bank volgt de onderhandelde lonen in het eurogebied met een eigen looncijfer, de wage tracker, gevoed door cao's uit een groep lidstaten waaronder Nederland. Die tracker wijst voor 2026 op een tragere loonstijging dan in 2025, en de bank spreekt van loondruk die stabiliseert en normaliseert. De Nederlandse cao-lonen stijgen nog sneller dan gemiddeld in het eurogebied, maar beide dalen en het verschil wordt kleiner.
Waarom de druk wegvalt
De looneis draaide op inflatie en op krapte. De correctie voor de inflatie van 2022 en 2023 is grotendeels gemaakt, en de krapte op de arbeidsmarkt is voorbij het hoogtepunt. Nu beide wegvallen, neemt de druk op de structurele verhoging af. Arbeid blijft na de inhaalslag van de afgelopen jaren duur, maar het tempo waarin ze duurder wordt, daalt.
Dat verschuift het speelveld. Toen elke werkgever een flinke verhoging bood omdat de inflatie erom vroeg, zei die verhoging weinig over de werkgever. Nu de verhogingen weer naar elkaar toe groeien, onderscheidt een aanbod zich door de rest van het pakket: zekerheid van het contract, uren die passen, ruimte voor thuiswerk, ontwikkeling, de kwaliteit van de leidinggevende. Eerder onderzoek naar salaris wees dezelfde kant op: het aanbod telt, maar zelden alleen.
Wat dit niet laat zien
Cao-lonen zijn afgesproken lonen, geen verdiende lonen. Promoties, bonussen en incidentele verhogingen vallen erbuiten, dus wat iemand werkelijk verdient kan sneller of trager bewegen. De ECB-tracker kijkt vooruit, dekt maar een deel van de werkenden in het eurogebied en wordt bijgesteld zodra er nieuwe cao's bijkomen; de bank zegt zelf dat de tracker de officiële reeks van onderhandelde lonen niet precies volgt. De Nederlandse reeks en de Europese tracker meten verschillende dingen en worden hier alleen op richting vergeleken. Een nieuwe stijging van de inflatie zou het inflatieargument nieuw leven inblazen en deze lezing omgooien.
Wat je kunt doen
- Laat de inflatie van 2022 los als argument, in beide richtingen. Een verhoging op basis van oude prijzen overtuigt niemand meer.
- Vergelijk je aanbod met wat vergelijkbare werkgevers nu betalen, niet alleen met de cao. Het cao-loon is een ondergrens, niet de markt.
- Zet het pakket op papier. Maak uren, zekerheid, flexibiliteit en ontwikkeling net zo expliciet als het salaris.
- Kijk naar het salaris van mensen die je tijdens de inhaaljaren aannam. Hun verwachtingen zijn in een andere markt gevormd. Praat met ze voordat een concurrent dat doet.
- Werf je over de grens, kijk dan opnieuw. Nu de Nederlandse en Europese loongroei naar elkaar toe bewegen, wordt de vergelijking met de buurlanden realistisch.