Krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt is geen fase van de conjunctuur meer. Het aanbod groeit tot 2040 nauwelijks, dus past de vraag zich aan: bedrijven weigeren werk, verhogen hun prijzen of automatiseren. Onze conclusie: voor werkgevers verschuift de vraag van hoe je een vacature vult naar welk werk nog gedaan kan worden. En de mensen die dat werk kunnen doen, solliciteren meestal niet.
Het kantelpunt
Eind 2021 waren er voor het eerst sinds het begin van de metingen meer openstaande vacatures dan werklozen. De Nederlandsche Bank liet in 2024 zien dat dit structureel is. Vergrijzing en de lage geboortecijfers van eerdere decennia brengen de groei van het arbeidsaanbod na 2030 bijna tot stilstand. Hogere arbeidsdeelname biedt weinig ruimte, want de Nederlandse deelname is al een van de hoogste ter wereld.
DNB rekende de uitwegen door. Veel hogere deelname, veel langere werkweken, een grote nieuwe golf arbeidsmigratie of een forse versnelling van de productiviteitsgroei zou nodig zijn om het inkomen per hoofd te laten groeien. Elke route stuit op een grens: wie niet werkt is meestal met pensioen, ziek of studerend; deeltijders willen maar iets meer werken; de herkomstlanden van arbeidsmigranten vergrijzen sneller dan Nederland; en de productiviteitsgroei zou een lange trend moeten breken.
Hoe de vraag zich aanpast
De zakelijke dienstverlening laat zien hoe aanpassing eruitziet, want daar is het personeel het product. ING stelde vast dat eind 2025 een groot deel van de bedrijven in de sector mensen tekortkwam, van schoonmaak en beveiliging tot accountancy en advocatuur.
Het gevolg is niet alleen dat vacatures langer openstaan. Bedrijven nemen minder werk aan: ze accepteren minder nieuwe klanten en kiezen hun opdrachten zorgvuldiger. De groei wordt nu begrensd door de vraag of het werk te bemensen is. Ook stijgen de prijzen, in schoonmaak, accountancy en advocatuur. En automatisering splijt de sector: AI neemt routinewerk over bij accountants en advocaten, terwijl schoonmaak en beveiliging van mensen afhankelijk blijven.
Een kwestie van passen
In aantallen is het verschil tussen werklozen en openstaande vacatures klein. In vaardigheden is het groot. Eurostat meet een bredere onbenutte arbeidsreserve, met deeltijders die meer uren willen en mensen die beschikbaar zijn maar niet solliciteren, en die reserve is veel groter dan de geregistreerde werkloosheid. De mensen zijn er. Ze zijn alleen niet zichtbaar als werkzoekende.
Mobiliteit helpt maar deels. Mensen wisselen vaak van werkgever, maar meestal binnen verwante sectoren en zelden van een krimpende naar een groeiende sector. Scholing is het scharnier, en die is ongelijk verdeeld: flexwerkers en nieuwkomers leren meer, wie het langst op een plek blijft ontwikkelt zich het minst.
Wat dit niet laat zien
De structurele analyse is een scenario van DNB uit 2024, gebouwd op cijfers uit 2021 tot en met 2023. Het gaat uit van de huidige trends in migratie, deelname en productiviteit. Een sterke productiviteitswinst door AI, of een blijvende toename van migratie, verandert het beeld. De cijfers over zakelijke dienstverlening komen uit een sectoronderzoek van ING en gelden niet voor de hele economie. Groeit het arbeidsaanbod meer dan DNB verwacht, dan verzwakt onze lezing.
Wat je kunt doen
- Reken het werk dat je weigert als kostenpost. Kost een open functie een klant, dan is de gemiste omzet de echte prijs van de vacature.
- Vraag je deeltijders of ze meer uren willen. Over een heel team kan een kleine uitbreiding per persoon een nieuwe aanname waard zijn.
- Benader mensen die niet solliciteren. De reserve zit buiten de vacaturesites, bij mensen met werk die voor de juiste functie overstappen.
- Werf over sectorgrenzen heen en train het verschil bij. Een kandidaat uit een verwante sector met een leerplan is beter dan een vacature die openblijft.
- Investeer in scholing van medewerkers die al lang bij je werken, de groep die zich uit zichzelf het minst ontwikkelt.