Nederland heeft nu een van de krapste arbeidsmarkten van de Europese Unie, gemeten als openstaande vacatures tegenover werklozen. Die positie komt niet door verdere verkrapping. De Nederlandse markt ontspande na 2022; bijna elke andere krappe markt ontspande sneller. De positie is dus relatief, en ze heeft een praktische boodschap: de buurlanden die het hardst om dezelfde mensen concurreerden, zijn verder afgekoeld dan Nederland.
Wat de vergelijking zegt
Zet je per lidstaat de vacatures van Eurostat af tegen de werklozen, dan hoort Nederland eind 2025 bij de allerkrapste markten. Malta, Cyprus en Duitsland volgen op afstand. Aan de andere kant, in Roemenië en Spanje, staan veel werklozen tegenover elke openstaande plek. Het verschil tussen lidstaten is veel groter dan de beweging van welk land ook sinds 2022.
Geen stijging, een tragere daling
Op de Europese piek, medio 2022, liep Nederland niet voorop. Tsjechië en Duitsland waren krapper. Sindsdien koelden al die markten af, maar in heel verschillend tempo. De Nederlandse verhouding daalde duidelijk; de Duitse, Oostenrijkse en Tsjechische daalden veel verder. In Nederland daalden de vacatures en steeg de werkloosheid, zoals in een markt die afkoelt. Wat opvalt, is hoe weinig beide bewogen naast de buurlanden.
Groei verklaart de rest, Nederland niet
De gangbare verklaring voor de afkoeling is economische groei: waar de productie stilviel, viel de vraag naar arbeid mee stil. Over de lidstaten heen klopt dat goed. Duitsland en Oostenrijk stonden stil en zagen hun krapte instorten, terwijl snelle groeiers als Malta en Cyprus krapper werden. Nederland past niet in dat patroon. De economie groeide in dezelfde periode zwak, en toch hield de krapte beter stand dan in elk ander land dat in 2022 zeer krap was.
Structurele kenmerken onderscheiden Nederland. De vacaturegraad ligt boven het eigen record van voor de pandemie, terwijl de meeste andere krappe markten van 2019 nu onder hun record zitten. En geen lidstaat heeft zoveel werkenden in deeltijd. Dezelfde hoeveelheid werk verdeeld over meer contracten levert meer vacatures op bij dezelfde vraag naar uren. Een deel van de Nederlandse voorsprong kan dus komen door hoe het land werk in banen knipt, niet alleen door hoeveel werk er is.
Wat dit niet laat zien
De verhouding zet vacatures af tegen werklozen, een smalle definitie van aanbod. Deeltijders die meer uren willen, vallen erbuiten, en in Nederland zijn dat er meer dan er werklozen zijn. Tel je ze mee, dan ziet de Nederlandse markt er veel minder krap uit. CBS, Eurostat en UWV publiceren elk eigen cijfers over vacatures en krapte, met eigen definities, en die zijn niet tot een getal te herleiden. Denemarken en Italië publiceren geen vergelijkbare vacaturetelling, en de Europese reeks loopt een paar kwartalen achter op de Nederlandse. Stijgt de Nederlandse verhouding weer terwijl de buurlanden vlak blijven, dan kantelt deze lezing.
Wat je kunt doen
- Gebruik de ranglijst niet als bewijs van groeiende krapte. De Nederlandse markt is sinds 2022 ontspannen; de positie is relatief.
- Kijk over de grens. Duitsland en Oostenrijk, in 2022 even krap als Nederland of krapper, zijn harder afgekoeld. Daar werven betekent werven in een rustigere markt.
- Tel de urenreserve mee. Extra uren van je eigen deeltijders concurreren met werving, en de landelijke verhouding zegt daar niets over.
- Kijk onder het landelijke cijfer. Als lidstaten zo ver uiteenlopen, doen sectoren en beroepen in Nederland dat ook. Bekijk de krapte in je eigen vakgebied voordat je plant.