Nederland telde in 2025 ruim 1,2 miljoen baanwisselingen, en in het tweede kwartaal van 2026 wisselden 320.000 van de 8.032.000 werknemers van werkgever, 4,0%. Die mobiliteit is geen open markt maar een circuit: zes op de tien wisselaars komen uit de flexibele schil van 2,5 miljoen banen en 85% landt er na de overstap weer in. De vaste kern van 5,5 miljoen werknemers doet nauwelijks mee, 2,2% per kwartaal, omdat overstappen bijna altijd het vaste contract kost: maar 28.000 van de 123.000 vertrekkende vaste krachten kregen direct weer vast. Onze conclusie: wie op sollicitaties wacht, werft in de schil. De vaste kern solliciteert niet. Die moet benaderd worden, met zekerheid vanaf de eerste dag.
Werkgevers die een vacature plaatsen, vissen in een markt van ruim 1,2 miljoen baanwisselingen per jaar. Dat klinkt ruim. Het is het niet: het grootste deel van die beweging speelt zich af in een deel van de arbeidsmarkt waar de gezochte ervaren krachten niet zitten.
Deze analyse leest de wisselcijfers van het CBS met de blik van een wervende werkgever: hoeveel beweegt er, wie beweegt er en wat betekent dat voor wie vaste krachten zoekt. De bron is CBS StatLine, tabel 85390NED, kwartaalcijfers van begin 2013 tot en met het tweede kwartaal van 2026. De cijfers zijn van het CBS; de conclusies zijn van ons.
Ruim 1,2 miljoen wisselingen per jaar
In het tweede kwartaal van 2026 wisselden 320.000 van de 8.032.000 werknemers van werkgever. Dat is 4,0%, één op de 25. Over heel 2025 telde het CBS 1.266.000 wisselingen. Die jaarsom telt wisselingen en geen personen: wie twee keer overstapt, telt twee keer mee.
De bandbreedte sinds 2013 is smal. Het aandeel kwam nooit onder de 2,6% van het tweede kwartaal van 2013, toen 181.000 werknemers wisselden, en nooit boven de 5,3% van het derde kwartaal van 2021. Het grootste aantal viel een jaar later: 404.000 wisselingen in het derde kwartaal van 2022. Die piek van de krappe jaren is volledig weggezakt; het tweede kwartaal van 2026 staat met 4,0% vrijwel gelijk aan de 3,9% van 2019, het laatste volle jaar voor corona.
| Tweede kwartaal | Aandeel werknemers dat wisselde |
|---|---|
| 2013 | 2,6% |
| 2016 | 3,3% |
| 2019 | 3,9% |
| 2022 | 4,7% |
| 2025 | 3,8% |
| 2026 | 4,0% |
Het seizoenspatroon is stabiel. In elf van de dertien gemeten jaren viel het topkwartaal in de tweede jaarhelft, meestal het derde kwartaal, na de zomer. Alleen 2020 en 2023 piekten in het eerste kwartaal.
Het circuit draait in de flexibele schil
Werknemers met een flexibel contract wisselen ruim drie keer zo vaak als vaste krachten. In het tweede kwartaal van 2026 wisselden 197.000 van de 2.514.000 flexwerkers van werkgever, 7,8%. Van de 5.518.000 werknemers met een vast contract wisselden er 123.000, 2,2%.
Flexibele contracten vormen 31% van alle werknemersbanen, maar leveren meer dan zes op de tien wisselaars. Na de overstap heeft 273.000 van de 320.000 wisselaars opnieuw een flexibel contract, 85%. De beweging komt dus grotendeels uit de schil en keert er vrijwel volledig in terug. Wat op afstand een vloeibare arbeidsmarkt lijkt, is van dichtbij een gesloten circuit van 2,5 miljoen banen, met een kern van 5,5 miljoen die er nauwelijks aan meedoet.
| Contract voor de overstap | Wisselaars | Aandeel van de groep |
|---|---|---|
| Flexibel contract | 197.000 | 7,8% |
| Vast contract | 123.000 | 2,2% |
Wisselen kost het vaste contract
Waarom de kern stilstaat, staat in dezelfde tabel. Van de 123.000 werknemers die een vast contract achterlieten, stapten er 28.000 direct in een nieuw vast contract; 95.000 begonnen flexibel. Per kwartaal verhuist daarmee een half procent van de vaste kern met behoud van zekerheid naar een andere werkgever.
Overstappen betekent in de praktijk dus bijna altijd: eerst je vaste contract inleveren. Wie zekerheid heeft, geeft die niet op voor een oproep- of jaarcontract, en dus blijft de kern zitten. Werkgevers houden dat slot zelf in stand: 85% van de wisselaars begint bij de nieuwe werkgever flexibel, ook wie vast kwam aanlopen. Het tekort aan vaste krachten dat zij ervaren, is daarmee deels een tekort dat zij zelf organiseren.
Wie er wisselt
Leeftijd bepaalt meer dan wat ook. Van de werknemers van 15 tot 25 jaar wisselde 8,5% in het tweede kwartaal van 2026 van werkgever. Tussen 25 en 45 jaar is dat 4,3%, boven de 45 nog 1,6%. Vrouwen wisselen iets vaker dan mannen: 4,3% tegen 3,7%.
| Leeftijd | Aandeel dat wisselde |
|---|---|
| 15 tot 25 jaar | 8,5% |
| 25 tot 45 jaar | 4,3% |
| 45 tot 75 jaar | 1,6% |
Wat de cijfers niet laten zien
De tabel telt alleen werknemers. Zelfstandigen vallen erbuiten, dus een uitspraak over alle werkenden is op deze cijfers niet te bouwen. Wie van loondienst naar een eigen bedrijf gaat, of andersom, telt niet als wisselaar.
De cijfers komen uit de Enquête Beroepsbevolking, een steekproef die in 2021 een nieuw ontwerp kreeg. Voor het eerste kwartaal van 2021 publiceert het CBS daarom geen waarde, en detailuitsplitsingen laten zich over die breuk niet zuiver vergelijken. Een wisseling is bovendien afgeleid: wie drie maanden eerder bij een andere werkgever werkte, telt als wisselaar. Instroom vanuit studie, werkloosheid of een eigen bedrijf telt niet mee. Vast betekent hier een contract voor onbepaalde tijd met vaste uren; flexibel is al het andere, van uitzendwerk en oproepcontract tot tijdelijk contract.
De tabel registreert ten slotte niet via welk kanaal een wisselaar de nieuwe baan vond. Dat de vacature de vaste kern niet bereikt, is dus onze lezing van de stromen, geen meting van het CBS. De cijfers begrenzen die lezing wel: bewoog de kern werkelijk via de open markt met behoud van zekerheid, dan was de stroom van vast naar vast groter dan 28.000 per kwartaal.
Onze conclusie
De Nederlandse arbeidsmarkt is mobiel en gesloten tegelijk. Ruim 1,2 miljoen mensen wisselen per jaar, maar die beweging draait rond in de flexibele schil. De vaste kern, waar de ervaring zit die werkgevers zeggen niet te kunnen vinden, beweegt 2,2% per kwartaal en houdt daar zelden de zekerheid aan over.
Voor werkgevers betekent dat: wie op sollicitaties wacht, werft in de schil. De vacature is het juiste instrument voor flexibele, jonge en startende krachten, want daar wisselt 7,8% per kwartaal en onder de 25 zelfs 8,5%. Voor de vaste kern is de vacature het verkeerde instrument. Die kern solliciteert niet. Die moet benaderd worden.
En wie benadert, heeft één goedkoop onderscheid: zekerheid. Maar 47.000 van de 320.000 wisselaars per kwartaal landen in een vast contract, terwijl 85% flexibel begint. Een aanbod met een vast contract vanaf de eerste dag neemt precies de drempel weg die de kern op zijn plek houdt.
- Reken in een gemiddeld personeelsbestand op zo’n 4% vertrek naar een andere werkgever per kwartaal; vervanging is een doorlopende taak, geen incident.
- Zoek je flexibele of jonge krachten? Dan werkt de open vacaturemarkt.
- Zoek je ervaren vaste krachten? Benader ze rechtstreeks en bied vast vanaf dag één.
- Plan actieve werving in de tweede jaarhelft; daar valt in de meeste jaren het topkwartaal.
Methode
Alle cijfers komen uit CBS StatLine, tabel 85390NED, Werknemer; wisseling van werkgever. De reeks loopt van het eerste kwartaal van 2013 tot en met het tweede kwartaal van 2026 en is opgevraagd op 31 augustus 2026; de kerncijfers zijn op 28 september 2026 opnieuw tegen de tabel gecontroleerd. Het volgende kwartaal verschijnt in oktober 2026.
De aandelen in deze analyse zijn berekend uit de gepubliceerde aantallen, die het CBS afrondt op duizendtallen. Wisselaars zijn de som van twee categorieën: wisseling naar een vaste en wisseling naar een flexibele arbeidsrelatie. Dat totaal is gedeeld door het aantal werknemers in hetzelfde kwartaal. Vergelijkingen lopen steeds tussen gelijke kwartalen. De interpretatie van de stromen is van Pearson & Partners, niet van het CBS. De tabel valt onder de CBS-licentie CC BY 4.0.