De grootste onbenutte groep op de Nederlandse arbeidsmarkt heeft al een baan. Deeltijders die meer uren willen werken, zijn talrijker dan werklozen, en vrijwel elke wervingsronde gaat aan ze voorbij. Ieder van hen wil maar een beetje meer, dus de reserve lost de landelijke krapte niet op. Binnen een organisatie met veel deeltijders levert ze wel het equivalent van een volledige functie op, zonder een enkele nieuwe medewerker.
Een grotere vijver dan die waarin iedereen vist
Eurostat deelt het onbenutte arbeidsaanbod per land op in groepen: werklozen, deeltijders die meer uren willen, en mensen die wel beschikbaar zijn of wel solliciteren, maar niet allebei. In Nederland vormen de deeltijders met een urenwens de grootste groep, groter dan de werklozen. Werving begint bijna altijd bij mensen die nog geen werk hebben. De vijver die vrijwel niemand benadert, is de grotere.
Nederland valt hier op in Europa. Onbenutte deeltijduren wegen hier ruim zwaarder dan gemiddeld in de EU, en veel zwaarder dan in Duitsland. Dat volgt uit het deeltijdwerk zelf: geen andere lidstaat heeft zoveel werkenden met een deeltijdcontract, en waar deeltijd de norm is, zijn onbenutte uren dat ook.
De reserve krimpt wel. Ze daalde sterk tussen 2015 en de pandemie en beweegt de laatste jaren nauwelijks. Wat overblijft is een stabiele laag, en die verdwijnt niet vanzelf.
Wat het echt oplevert
Deeltijders willen geen voltijdbaan. Onderzoek dat De Nederlandsche Bank aanhaalt, laat zien dat ze gemiddeld een paar uur per week extra willen. Landelijk vergroot dat het arbeidsvolume maar beperkt, en dat mag gezegd worden.
Binnen een werkgever ziet het er anders uit. Een paar uur extra per persoon, over een team met veel deeltijders, telt op tot meer dan een volle werkweek. Die capaciteit komt van mensen die het werk al kennen, geen inwerktijd nodig hebben en niets kosten om te werven.
Waarom het toch niet gebeurt
De obstakels zijn praktisch. Niemand vraagt het: het aantal contracturen wordt bij indiensttreding vastgelegd en zelden herzien, ook als de reden ervoor, jonge kinderen bijvoorbeeld, al lang weg is. Het loont niet altijd: rond bepaalde inkomensgrenzen en toeslaggrenzen levert een paar uur extra netto weinig op. Dat is een echt bezwaar, geen motivatieprobleem. En de uren passen niet: extra tijd moet vallen op momenten die zorg en reistijd toelaten, en een werkgever die alleen hele dagen aanbiedt, krijgt niets.
Wat dit niet laat zien
De cijfers zijn landelijk en tellen mensen, geen uren per sector. Ze zeggen niet hoeveel van jouw deeltijders meer willen werken, of op welke momenten. De schatting van de gewenste extra uren is een gemiddelde uit onderzoek dat de centrale bank aanhaalt, geen meting per beroep. En in beroepen waar deeltijd vooral uit zorgtaken voortkomt, kan de reserve kleiner zijn dan het landelijke beeld doet vermoeden. Zeggen je eigen mensen nee als je het vraagt, dan is het voor jou beslist.
Wat je kunt doen
- Vraag het. Zet voordat je een vacature opent je deeltijders op een rij en kijk wanneer hun contracturen voor het laatst zijn besproken.
- Reken de antwoorden om naar fte. Leg het totaal naast de functie die je wilt gaan werven.
- Bied de uren aan waar ze passen: dagdelen, schooltijden, een latere start. Met alleen hele dagen bereik je bijna niemand.
- Reken het netto-effect voor de medewerker door voordat je het aanbod doet. Een aanbod dat na belasting niets oplevert, wordt afgeslagen.
- Zie het als verlichting tijdens de werving, niet als vervanging ervan. Het koopt tijd in de eerste weken, wanneer de vacature het meest knelt.