18 oktober 2026

De krapte zit in de werkplaats

De Nederlandse arbeidsmarkt koelt af, maar in de werkplaats merk je er weinig van. Als werkgevers hun moeilijkste vacature noemen, staan technische beroepen ruim bovenaan, vóór de zorg. Onze conclusie: de krapte is een beroep, geen sector. Wie een monteur, lasser of engineer werft, concurreert met meerdere sectoren tegelijk om dezelfde kleine groep, en het landelijke verhaal van een ruimere markt geldt niet.

De moeilijkste vacature is technisch

In de werkgeversenquête van najaar 2025 vroeg UWV welk beroep binnen de vestiging het moeilijkst te vervullen was. Technische beroepen stonden duidelijk bovenaan: monteurs, lassers, frezers en draaiers, CNC-operators, timmerlieden, metselaars en engineers. Zorg en welzijn volgden op afstand, daarna administratieve en financiële functies.

De monteur staat niet op de lijst van een enkele sector. Werkgevers in de bouw, de industrie, transport, detailhandel en groothandel noemen allemaal monteurs bij hun moeilijkste vacatures. Krapte wordt meestal per sector beschreven. Deze heeft een functietitel.

De bouw gaat tegen de trend in

De bouw is de enige sector waar het aandeel moeilijk vervulbare vacatures sinds 2023 steeg, en de meeste vacatures daar zijn nu moeilijk te vervullen. De industrie volgt. De vacaturegraden van Eurostat bevestigen het beeld: de bouw en de specialistische zakelijke diensten, waaronder ingenieursbureaus, zitten ruim boven het landelijke niveau en boven hun niveau van vóór de pandemie.

Werkgevers wijzen eerst op een gebrek aan sollicitanten, daarna op ontbrekende vaardigheden en het specialistische karakter van het werk. De meeste werkgevers met wervingsproblemen zeggen ook dat anderen in dezelfde vijver vissen. Omdat dezelfde technische beroepen in veel sectoren bovenaan staan, is die vijver kleiner dan elke sector denkt.

Een afkoeling die de techniek overslaat

Landelijk is het aandeel moeilijk vervulbare vacatures terug op het niveau van 2019. Binnen de techniek splitst het beeld zich. Softwareberoepen normaliseren: volgens het CBS noemen veel minder ICT-werkgevers personeelstekort nog een belemmering dan in 2022. Fysieke techniek beweegt de andere kant op, en veel bouwwerkgevers verwachten dat het volgend jaar nog lastiger wordt.

Duitsland laat zien dat dit geen wetmatigheid is. De Duitse vacaturegraad in ICT en industrie ligt ver onder het Nederlandse niveau, en zelfs de Duitse bouw zit ruim onder de Nederlandse. Waar de Duitse vraag naar technisch personeel meebewoog met de conjunctuur, bleef de Nederlandse vraag vrijwel vlak. Het Nederlandse techniektekort is een Nederlands profiel.

Wat dit niet laat zien

De UWV-enquête meet wat werkgevers zeggen, niet hoe lang vacatures echt openstaan. Landbouw en uitzendbureaus deden niet mee. Een vacaturegraad per beroep bestaat niet, dus sectorcijfers dienen als benadering en mengen technische met andere functies. De vergelijking met Duitsland gaat over sectoren, niet over beroepen. Gaan de technische vacaturegraden dalen zoals die voor software deden, dan verzwakt onze lezing dat de krapte aan het beroep vastzit.

Wat je kunt doen

  • Vergelijk je aanbod met dat van de andere sectoren die dezelfde monteurs en engineers werven, niet alleen met je directe concurrenten.
  • Gebruik het landelijke verhaal van afkoeling niet in je personeelsplanning voor technische functies. Gebruik de cijfers van je eigen sector en je eigen doorlooptijd.
  • Verbreed de instroom: mensen uit verwante vakken, oudere werknemers en zijinstromers, met een praktisch leertraject om het verschil te overbruggen.
  • Kijk bij softwarefuncties opnieuw naar je aannames. Die markt is ruimer geworden, en de voorwaarden die in 2022 nodig waren, zijn dat misschien niet meer. Meer over het vakgebied engineering.