18 oktober 2026

De krapte bleef waar het werk niet kan wachten

De Nederlandse arbeidsmarkt is sinds 2022 afgekoeld, en dat gemiddelde verbergt wat voor werkgevers telt. De vacaturegraad daalde fors in ICT, handel, horeca en financiële dienstverlening. In de bouw en de zorg bewoog de graad nauwelijks. Wij lezen de cijfers van Eurostat als een eenvoudige regel: de krapte nam af waar werk uitgesteld, verplaatst of geautomatiseerd kan worden, en bleef waar dat niet kan. De nuttige vraag voor een werkgever is of de eigen markt krap is, los van het landelijke beeld.

Wat het gemiddelde verbergt

De vacaturegraad zet openstaande vacatures af tegen alle arbeidsplaatsen in een sector. Tussen medio 2022 en medio 2025 daalde het landelijke cijfer merkbaar. Informatie en communicatie zakte het verst, van krapste sector van het land naar ergens in het midden. Handel, vervoer en horeca, financiële dienstverlening, zakelijke dienstverlening en industrie werden allemaal duidelijk ruimer.

De bouw niet. De vacaturegraad ligt in 2025 vrijwel precies waar ze op de piek lag, en de bouw is nu de krapste sector van Nederland, ruim boven het landelijke gemiddelde. De Nederlandse bouw is ook veel krapper dan de bouw in de buurlanden en het Europese gemiddelde. De zorg, die lager begon, bleef eveneens bijna gelijk.

De regel eronder

Zet de sectoren naast elkaar en er verschijnt een patroon. Een softwareproject kan een kwartaal wachten. Een verbouwing die al loopt niet. Een marketingcampagne kan naar het buitenland. Een operatie niet. Een deel van het administratieve werk kan software overnemen. Een dak niet.

De vraag in de bouw komt uit programma's die de conjunctuur niet volgen: woningbouw, de energietransitie, de vernieuwing van wegen, bruggen en netten. De vraag in de zorg komt uit de demografie, niet uit orders. Geen van beide daalt als de economie afremt. Het Economisch Instituut voor de Bouw verwacht dat het onderwijs maar een deel van de benodigde mensen levert, en netbeheerders melden een blijvend tekort aan technici. De rest moet komen van omscholers uit verwante vakken.

Wat dit niet laat zien

Een sectorcijfer is een gemiddelde over alle beroepen in die sector. Een bouwbedrijf dat kantoorpersoneel werft, zit in een andere markt dan een bedrijf dat uitvoerders werft, en een ICT-werkgever die securityspecialisten werft, merkt misschien weinig van de afkoeling. De vergelijking stopt medio 2025, en Denemarken ontbreekt in de Europese vergelijking. De regel over uitstelbaar werk is onze interpretatie van het patroon, geen grootheid die de statistiek direct meet. Een duidelijke daling van de vacaturegraad in bouw en zorg in de komende kwartalen zou die regel verzwakken.

Wat je kunt doen

  • Gebruik de cijfers van je eigen sector, niet de landelijke, als je werving plant of je directie bijpraat. Voor de bouw is een afkoelende markt feitelijk onjuist.
  • Wacht in bouw, installatietechniek en zorg niet tot de markt rustiger wordt. Niets in de cijfers wijst daarop.
  • Zie instroom uit andere vakken als hoofdroute, niet als noodoplossing. Bepaal welke verwante vakken je kunt omscholen naar je rollen en werf daar gericht.
  • Reken in ICT, handel en financiële dienstverlening op meer ruimte dan in 2022, vooral bij mensen midden in hun loopbaan. De vacatures die nog openstaan, zijn de moeilijke.
  • Vraag bij elke rol of het werk kan wachten. Kan dat niet, plan de werving dan alsof het nog 2022 is.

Meer over deze vakgebieden: engineering en software engineering.