18 oktober 2026

De jongerenreserve is al leeg

Elk plan dat rekent op jongeren die aan de kant staan, loopt in Nederland tegen hetzelfde feit aan: die zijn er nauwelijks. Het aandeel jongeren zonder werk en zonder opleiding is het laagste van de EU. Onze conclusie: deze groep activeren is de moeite waard om de groep zelf, maar geen werkgever moet er een personeelsplan op bouwen.

De kleinste reserve van Europa

Eurostat meet het aandeel jongeren en jongvolwassenen dat niet werkt en geen onderwijs of training volgt, de groep die NEET heet. In 2025 had Nederland het laagste aandeel van alle EU-lidstaten, ruim onder het EU-gemiddelde en onder Zweden, dat daarna komt. In 2015 was het Nederlandse aandeel al laag. De krappe arbeidsmarkt van de afgelopen jaren heeft de groep nog kleiner gemaakt.

Klein en grotendeels bereid

De samenstelling verrast. Maar een deel van de groep is werkloos in strikte zin, dus beschikbaar en actief op de markt. De rest is inactief. Toch zegt het grootste deel van deze Nederlandse jongeren dat ze willen werken. Een minderheid wil dat niet.

De afstand zit dus niet in de motivatie. Die zit in omstandigheden: zorg voor een familielid, gezondheid, of een kloof tussen wat iemand kan en wat werkgevers vragen. In de EU als geheel wil een veel groter deel van de groep niet werken.

Wat dit betekent voor activeringsplannen

De rekensom is ontnuchterend. Zelfs als elke bereidwillige jongere in de groep een baan vond, levert dat een kleine hoeveelheid arbeid op, eenmalig. Het is een reservoir dat maar een keer leegloopt, geen structurele bron van aanbod. De Nederlandse jongerenmarkt is een vraagmarkt: bijna iedereen die kan en wil meedoen, doet al mee.

Voor werkgevers die jong talent in volume nodig hebben, wijst de kaart naar elders: naar EU-landen waar het aandeel jongeren zonder werk of opleiding ver boven het gemiddelde ligt.

Wat dit niet laat zien

NEET is geen maat voor beschikbaarheid. Een jongere die voor een ouder zorgt of ziek is, telt mee, maar kan morgen niet beginnen. Het deel dat wil werken is een bovengrens van de reserve, geen voorraad die klaarstaat. De data laten niet zien hoe lang mensen in de groep blijven, en die duur bepaalt hoe bereikbaar ze zijn. Een afgestudeerde die een paar weken tussen banen zit, telt even zwaar als iemand die al jaren buiten beeld is. Kleine groepen schommelen bovendien van jaar tot jaar in de details, dus de landenvolgorde is betrouwbaarder dan de uitsplitsing. De vergelijking met 2015 gaat over een herziening van de enquête in 2021 heen. Wordt de Nederlandse arbeidsmarkt veel ruimer, dan kan de groep weer groeien en moet onze lezing opnieuw bekeken worden.

Wat je kunt doen

  • Reken niet op jongeren zonder werk als bron van volume. De groep is klein en door de krappe markt al uitgedund.
  • Wil je ze wel bereiken, pas dan de baan aan, niet de boodschap: uren die passen naast zorgtaken, ruimte voor gezondheidsbeperkingen, en training die de kloof dicht tussen wat ze kunnen en wat je vraagt.
  • Kijk naar de jongeren die al voor je werken. Ze behouden en ontwikkelen levert meer op dan een reserve activeren die nauwelijks bestaat.
  • Heb je volume nodig, overweeg dan werving in EU-landen met een grotere groep jongeren zonder werk, en bereid je voor op de vragen over taal en verhuizing die dat meebrengt.